Financiele Tips

Dit mag je in 2026 belastingvrij aan spaargeld hebben

· 5 min leestijd

Je spaarrekening krijgt dit jaar ongemerkt wat meer lucht, maar niet door de rente. De Tweede Kamer heeft een eerder kabinetsplan om het belastingvrije vermogen te verlagen tegengehouden, waardoor je in 2026 juist meer mag sparen zonder dat de Belastingdienst meekijkt. Voor veel mensen scheelt dat precies het verschil tussen wel of geen aangifte in box 3.

Dit is het nieuwe bedrag voor 2026

Het heffingsvrij vermogen gaat in 2026 naar 59.357 euro per persoon, tegenover 57.684 euro in 2025. Dat is het bedrag aan spaargeld, beleggingen en ander vermogen dat je mag hebben zonder dat je er belasting over betaalt in box 3. Oorspronkelijk wilde het kabinet dit bedrag juist verlagen om de begroting rond te krijgen, maar dat plan is na kritiek uit de Kamer van tafel gegaan.

Ook de vrijstelling voor contant geld stijgt licht, van 661 naar 672 euro. Een klein bedrag, maar het telt mee als je bijvoorbeeld nog een flinke stapel cash in huis hebt liggen.

Hoe box 3 werkt, zonder gedoe uitgelegd

Box 3 is de belasting over je vermogen, niet over je inkomen. De Belastingdienst kijkt naar wat je op 1 januari aan spaargeld, beleggingen en ander bezit had, trekt daar je schulden vanaf, en belast vervolgens wat er boven de vrijstelling uitsteekt. Daarover betaal je in 2026 36 procent, maar niet over je werkelijke rendement. Je wordt belast op een fictief rendement: 1,28 procent voor spaargeld en 6,00 procent voor beleggingen en overig vermogen.

Denk je dat je in werkelijkheid minder rendement hebt gehaald dan dat fictieve percentage? Sinds een paar jaar kun je dat laten meewegen via de Opgaaf Werkelijk Rendement. Dat scheelt vooral als je spaargeld al een tijd op een rekening met lage rente staat, terwijl grootbanken amper rente geven op je spaargeld.

Een rekenvoorbeeld maakt het concreet

Stel, je hebt 70.000 euro spaargeld en geen andere beleggingen. Je zit dan 10.643 euro boven de vrijstelling van 59.357 euro. Over dat bedrag rekent de Belastingdienst met het fictieve rendement van 1,28 procent, wat neerkomt op zo'n 136 euro aan verondersteld rendement. Daarover betaal je 36 procent belasting, ongeveer 49 euro. Klinkt weinig, maar wie 150.000 euro spaargeld heeft en daarvan 90.000 euro boven de grens zit, betaalt al snel enkele honderden euro's meer. Het verschil tussen 2025 en 2026 is in dit voorbeeld klein, maar voor wie precies rond de grens balanceert, kan de hogere vrijstelling net de aanslag schelen.

Belangrijk is dat de Belastingdienst niet naar je gemiddelde saldo over het jaar kijkt, maar alleen naar de stand op 1 januari. Een tijdelijke uitgave of overboeking vlak voor de jaarwisseling kan dus echt invloed hebben op wat je uiteindelijk aan box 3 betaalt.

Heb je een fiscaal partner, dan telt dat dubbel

Woon je samen met een fiscaal partner en doe je samen aangifte? Dan verdubbelt de vrijstelling simpelweg naar 118.714 euro. Dat bedrag mag je onderling verdelen zoals je zelf wilt, de Belastingdienst laat je kiezen welk deel bij wie wordt geteld. Voor stellen die net over de grens van een van beide zouden zitten, kan een slimme verdeling precies het verschil maken tussen wel of geen aanslag.

Zit je er toch boven, dit zijn je opties

Boven de vrijstelling zitten hoeft geen ramp te zijn, maar het is wel het moment om verder te kijken dan alleen een spaarrekening. Steeds meer mensen zoeken naar alternatieven, van sparen bij een buitenlandse bank met hogere rente tot voorzichtig beleggen. Beide opties hebben hun eigen haken en ogen, en vallen sowieso nog steeds onder box 3, dus de belastingdruk verdwijnt niet vanzelf.

Andere huishoudens kiezen ervoor om vermogen tijdelijk in box 1 onder te brengen, bijvoorbeeld door extra af te lossen op de hypotheek, of om geld te steken in een eigen bedrijf via box 2. Allebei heeft fiscale gevolgen die verder gaan dan alleen box 3, dus dit is iets om met een boekhouder of financieel adviseur te bespreken zodra het om serieuze bedragen gaat.

Wat wel altijd helpt, is op tijd in kaart brengen hoeveel vermogen je precies hebt op 1 januari. Niet pas in april bij je aangifte, maar nu al. Heb je eind december nog een grote uitgave gepland, zoals een verbouwing of een extra aflossing op je hypotheek? Dan kan het slim zijn die net voor 1 januari te doen, zodat je vermogen op de peildatum lager uitvalt.

Waarom je dit nu moet checken, niet in april

De meeste mensen denken pas aan box 3 zodra de vooraf ingevulde aangifte in de brievenbus valt, en dan is het al te laat om nog iets aan je vermogen op 1 januari te veranderen. Pak daarom nu je laatste bankafschriften erbij, tel op wat je aan spaargeld, beleggingen en eventueel contant geld hebt, en vergelijk dat met de 59.357 euro. Zit je eronder, dan hoef je je geen zorgen te maken. Zit je eroverheen, dan heb je nog een paar weken om te schuiven voordat de peildatum vaststaat. De koopkrachtplaatjes van het kabinet laten zien dat het voor de meeste huishoudens maar om een paar tientjes per maand gaat, maar bij vermogen kan een paar duizend euro schuiven al tikken op je aanslag schelen.

Heb je sowieso moeite om overzicht te houden over je geld? Dan is dit een goed moment om serieus werk te maken van budgetteren, zodat je niet alleen op 1 januari, maar het hele jaar door weet waar je staat.

T
Geschreven door Tobias Engel Finance schrijver

Tobias brengt de investeerkant met een vraag die te weinig mensen stellen: wat doe je met het geld dat je bespaart? Hij schrijft over de brug tussen sparen en beleggen, het moment waarop je geld niet langer op een spaarrekening moet staan maar voor je moet gaan werken. Zijn artikelen zijn nuchter, goed onderbouwd en vrij van de crypto-hype en vastgoed-dromen die sociale media domineren. Hij gelooft in saaie maar bewezen strategieën, en is daar merkwaardig enthousiast over.