Financiele Tips

Grootbanken geven bijna geen rente op je spaargeld

· 6 min leestijd

Nederlanders hebben samen bijna 537 miljard euro op spaarrekeningen staan, een recordbedrag. Het probleem is dat het meeste van dat geld nauwelijks rente oplevert. Bij ING, ABN AMRO en Rabobank krijg je op een gewone spaarrekening zo'n 1,25 tot 1,40 procent, terwijl kleinere aanbieders en Europese banken via platforms als Raisin tot 3,65 procent bieden. Op 10.000 euro spaargeld scheelt dat al snel 200 tot 240 euro per jaar, puur omdat je geld op de verkeerde plek staat.

Toch verandert er weinig. De meeste spaarders openen jaren geleden een rekening bij hun eigen bank en kijken daarna nooit meer om. Dat is begrijpelijk, want overstappen voelt als gedoe, terwijl het in de praktijk vaak neerkomt op een online formulier invullen en een paar dagen wachten. De potentiële winst staat niet in verhouding tot de moeite die het kost.

Waarom grootbanken zo weinig rente geven

De grote Nederlandse banken hebben simpelweg geen haast om hun rente te verhogen. Ze hebben al genoeg spaargeld binnen en concurreren vooral op gemak: je hebt er al een betaalrekening, dus je spaarrekening opent zich vanzelf mee. Kleinere aanbieders moeten juist wél klanten trekken, en dat doen ze met een hogere rente. Het verschil is dus geen kwestie van risico, maar van marktpositie.

Dat merk je ook aan hoe traag de rente meebeweegt met de markt. Terwijl de rente op deposito's bij sommige buitenlandse banken al richting de 3,3 tot 3,6 procent kruipt, blijven de Nederlandse grootbanken achter. Wil je meer uit je geld halen zonder hoog risico te nemen, dan is budgetteren een goed startpunt, maar bij spaargeld draait het vooral om waar je het parkeert.

Is overstappen wel veilig

Veel mensen laten hun geld bij de grootbank staan uit gewoonte of onzekerheid over veiligheid. Die twijfel is grotendeels onterecht. Elke bank met een vergunning binnen de Europese Economische Ruimte valt onder het depositogarantiestelsel, dat spaargeld tot 100.000 euro per bank per persoon beschermt. Dat geldt voor een Nederlandse grootbank net zo goed als voor een Duitse of Zweedse aanbieder die via een vergelijkingsplatform in beeld komt.

Wel is het slim om te kijken naar het land waar de bank gevestigd is en hoe het garantiestelsel daar georganiseerd is. De Nederlandsche Bank houdt toezicht op de stabiliteit van het Nederlandse financiële systeem en publiceert regelmatig cijfers over hoeveel spaargeld er in Nederland staat en hoe dat verdeeld is.

Praktisch gezien betekent dit dat je bij een keuze tussen twee banken met vergelijkbare rente niet per se voor de goedkoopste naam hoeft te gaan, maar wel moet checken of de aanbieder daadwerkelijk onder een erkend garantiestelsel valt. Vergelijkingsplatforms zoals Raisin werken samen met banken die aan die eis voldoen, dus dat scheelt uitzoekwerk. Doe je het liever zelf, controleer dan op de website van de bank zelf onder welk garantiestelsel de rekening valt voordat je geld overmaakt.

Wat een dynamische spaarstrategie oplevert

Spaarrente vergelijken werkt het best als je het niet als eenmalige actie ziet, maar als iets wat je jaarlijks doet. Banken passen hun tarieven regelmatig aan, en de aanbieder die dit jaar bovenaan staat, kan volgend jaar alweer ingehaald zijn. Wie elk jaar even checkt en overstapt als het verschil groot genoeg is, houdt structureel meer over dan wie nooit kijkt.

Handig is om je spaargeld te splitsen: een deel op een vrij opneembare rekening voor je buffer, en een deel op een deposito met een vaste looptijd als je het geld voorlopig niet nodig hebt. Deposito's geven vaak de hoogste rente, juist omdat de bank weet dat het geld een tijdje vaststaat. Dat principe lijkt op wat je ziet bij een dynamisch energiecontract: wie actief meebeweegt met de markt, profiteert het meest.

Let op de belastingvrije grens

Voor wie meer wil doen dan alleen sparen, speelt ook de fiscale kant mee. In 2026 mag je tot 59.357 euro aan vermogen belastingvrij houden als je geen fiscaal partner hebt, ongeacht of dat op een spaarrekening of in andere beleggingen staat. Boven die grens betaal je vermogensrendementsheffing in box 3. Voor de meeste spaarders met een normale buffer speelt dat nog niet, maar het is goed om te weten waar de grens ligt voordat je gaat schuiven met grotere bedragen.

Overweeg je naast sparen ook andere manieren om je geld te laten renderen, kijk dan verder dan alleen de spaarrekening. Sommige lezers zoeken bewust naar alternatieven voor de spaarrekening, al brengt dat een heel ander risicoprofiel met zich mee dan een deposito met garantiestelsel.

Wat je hier concreet mee doet

Log vandaag nog in op je spaarrekening en kijk welke rente je krijgt. Sta je onder de 2 procent bij een grootbank, dan kost dat je op een gemiddelde buffer van 10.000 euro al snel meerdere tientjes per maand. Vergelijk via een onafhankelijk platform, check of de aanbieder onder het Europese depositogarantiestelsel valt, en stap over als het verschil de moeite waard is. Het kost een half uur aan papierwerk, maar het is een van de weinige besparingen die je maar één keer hoeft te regelen om er jarenlang van te profiteren.

T
Geschreven door Tobias Engel Finance schrijver

Tobias brengt de investeerkant met een vraag die te weinig mensen stellen: wat doe je met het geld dat je bespaart? Hij schrijft over de brug tussen sparen en beleggen, het moment waarop je geld niet langer op een spaarrekening moet staan maar voor je moet gaan werken. Zijn artikelen zijn nuchter, goed onderbouwd en vrij van de crypto-hype en vastgoed-dromen die sociale media domineren. Hij gelooft in saaie maar bewezen strategieën, en is daar merkwaardig enthousiast over.